|
David Allan Coe wat een waterval! Wat een wervelwind. Die merkwaardige figuur in zijn te krappe, zwarte jasje. Uit de verte leek hij een beetje op Beethoven. Vooral zonder hoed. En wat een inspirerende man. David Allen Coe, de hogepriester van de country- muziek. Niet te stuiten in zijn muzikale dadendrang. De ene na de andere song rijgt hij aan elkaar. Het publiek krijgt nauwelijks de tijd om op adem te komen. Zelden op countrygebied zoiets gezien. Uniek! En daar laten we het dan maar even bij Voor wat de 'superla- tieven' betreft. In ieder geval was ik blij dat ik het eerste optre- den van David Allen Coe in Nederland -zijn eerste 'toer' ook naar Europa- heb mogen meemaken. Slechts 250 mensen hebben het in de KRO-studio lijfelijk kunnen aanschouwen. 26 januari 1983: Een datum om niet te vergeten. leder ander zal het op vrijdag 25 maart met de special moeten doen die Lex Tondeur uit de 2 1/2 uur dat 'die man' met z'n band op het Podium in Hilversum heeft gestaan, moet samenstellen en op genoemde dag hoopt uit te zenden. Tondeur kan er denk ik wel twee uitzendingen van een uur uit halen . David Allen Coe begon achter de piano met het gevoelige "Johnny Ace" (This is my last letter), een song waarvan het refrein een beetje al te veel op, "Lonely Boy" van Paul Anka lijkt, maar daarom niet getreurd. Het gaat over een man in de gevangenis (hoe is het mogelijk!). Een rustig begin voor Coe die vooral bekend staat vanwege zijn harde muzikale uit- barstingen, waarvoor presentator Ruud Hermans het publiek van te voren al gewaarschuwd had. Maar wie -het waren toch zeker allemaal fans?- zal daar een punt van hebben ge- maakt? De eerste nummers kenmerkten zich trouwens alle- maal door een rustige sfeer. "Winter Rose", "Argument for Love","Jody like a melody","Would y ou lay with me", en "These Days", het Jackson Browne nummer wat Coe ook op de plaat heeft gezet. Eén van de vele uitvoeringen, en een he- le goeie! Daarna ging de bekende donkere hoed op en werd |
de volumeknop open gedraaid. De band van Coe -The Tennessee Hash Band -mocht zich uitleven. Zware jongens met haren tot op de schouders. Ze zouden zo uit AC/DC of, om in Amerikaanse sferen te blijven, ZZ Top hebben kunnen komen. Maar spelen kunnen ze. "Willie, Waylon and Me", een Coe-klassieker ge- volgd door "The House We've Been Cal/ing Home", net als op de elpee "Rides Again" dus, vormde één van de hoogte- punten van het optreden wat eigenlijk in zijn totaliteit één groot hoogtepunt was. Hij zou nog meer nummers van "Ri- des Again" -naar smaak een van zijn beste elpees- brengen: "Under Rachel's Wings" en "If That Ain't Country". Een orkaan van geluid vulde de KRO-studio, maar tevens een waterval van sprankelende countryrock songs. Een programma met veel vaart dat eigenlijk alleen in de toegift -van meer dan een uur- een tikkeltje langdradig werd, omdat Coe toen uitgebreid ging staan vertellen over zijn leven, zijn vrouwen, zijn gevangenistijd en zijn ervaringen met de platen- maatschappijen. Interessant natuurlijk, maar hij had zelf juist eerder staan verkondigen dat hij graag zag dat de H.H.journa- listen niet over de persoon David Allen Coe zouden schrijven, maar over zijn muziek. Daarover dus nog het volgende. Héél sterk was zijn Dylan-kwartiertje met o.m. "Knocking on Hea- vens Door", "Blowin in the Wind", "Lay Lady Lay" en "Gotta" Serve Somebody". In de stijl van Bob Dylan liet hij daarbij nog een nieuw nummer horen "Castles in the sand", titel- song van zijn nieuwe in april (in Amerika) te verschijnen elpee. Ook zijn persiflages en imitaties van andere bekende coun- try sterren zoals Johnny Cash, Hank Williams, Hank Snow, Ernest Tubb e.a. waren fenomenaal. Een optreden om niet snel te vergeten. Aan het eind kwam bovendien Gary P. Nunn nog even opdraven om wat te zingen, zodat het feest voor de countryrockliefhebbers compleet was. Zeker niet verzuimen naar de radiospecial(s) te luisteren. Ton van Bommel |
|
|
|
|
David Allan Coe |
Steve Young |
| <<Back | Next Page>> |
www.davidallancoe.nl " Copyright ©"